Veegregeling 2015

AfdrukkenOpslaan als PDF

Besluit van de algemene raad van 7 december 2015 houdende wijziging van de Regeling op de advocatuur in verband met de evaluatie van 2015 (Veegregeling 2015)

De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten;

gelet op artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet;

gelet op artikelen 2.27, 2.35, 5.12 en 6.22 van de Verordening op de advocatuur;

stelt de navolgende regeling vast:

ARTIKEL I

De Regeling op de advocatuur wordt gewijzigd als volgt.

A

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3 Berekening bruto-inkomen

1. Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:

a. pensioen-, VUT- en arbeidsongeschiktheidsheidsuitkeringen (WAO, WIA, etc.);

b. interestvergoedingen over ingebracht kapitaal in de praktijkvennootschap;

c. stakingswinst.

2. Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.

3. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:

a. fiscale aftrekposten waaronder zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, MKB vrijstelling etc.;

b. heffing premies volksverzekering op het inkomen van de zelfstandige;

c. inkomstenbelasting op het inkomen van de zelfstandige.

4. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:

a. Het salaris van de advocaat/eigenaar der aandelen,

b. De direct op dit salaris betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten en

c. De door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting.

5. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.

Artikel 3 Berekening bruto-inkomen

1. Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:

a. pensioen-, VUT- en arbeidsongeschiktheidsheidsuitkeringen (WAO, WIA, etc.);

b. interestvergoedingen over ingebracht kapitaal in de praktijkvennootschap;

c. stakingswinst.

2. Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.

3. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:

a. fiscale aftrekposten waaronder zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, MKB vrijstelling etc.;

b. heffing premies volksverzekering op het inkomen van de zelfstandige;

c. premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering;

d. inkomstenbelasting op het inkomen van de zelfstandige.

4. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:

a. het salaris van de advocaat/eigenaar der aandelen;

b. de direct op dit salaris betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten; en

c. de door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting.

5. In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.

B

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen

1. Bezwaar tegen indeling in categorie 1, bedoeld in artikel 2, gaat vergezeld van kopieën van de alle pagina's van uw (elektronische) aangifteformulier Inkomstenbelasting over het betreffende jaar en voor ondernemers een uitdraai van de elektronische ondernemersaangifte IB van het desbetreffende jaar.

2. Indien het bezwaarlijk is om de in het eerste lid genoemde middelen mee te zenden kan ook volstaan worden met een verklaring van een registeraccountant, die inhoudt dat het bruto-inkomen uit arbeid door hem is gecontroleerd waarbij de accountant de hoogte van dat bruto-inkomen noemt.

Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen

1. Bezwaar tegen indeling in categorie 1, bedoeld in artikel 2, gaat vergezeld van kopieën van alle pagina's van het (elektronische) aangifteformulier Inkomstenbelasting over het betreffende jaar en voor ondernemers een uitdraai van de elektronische ondernemersaangifte IB van het desbetreffende jaar.

2. Indien het bezwaarlijk is om de in het eerste lid genoemde middelen mee te zenden kan ook volstaan worden met een verklaring van een registeraccountant, die inhoudt dat het bruto-inkomen uit arbeid door hem is gecontroleerd waarbij de registeraccountant de hoogte van dat bruto-inkomen noemt.

C

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5 Hoogte vacatiegeld

1. Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur bedraagt per vergadering of zitting voor:

a. de raad van advies, de commissie civiele cassatie en de adviescommissie civiele cassatie: € 500;

b. het college van afgevaardigden, de financiële commissie en het hof van discipline: € 250;

c. de raad van discipline, de redactie van het Advocatenblad: € 160.

2. Meerdere vergaderingen of zittingen op één dag worden als één vergadering gezien.

Artikel 5 Hoogte vacatiegeld

1. Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening bedraagt per vergadering of zitting van:

a. de raad van advies en de commissie civiele cassatie: € 500;

b. het college van afgevaardigden, de financiële commissie, de adviescommissie civiele cassatie en het hof van discipline: € 250;

c. de raad van discipline, de redactie van het Advocatenblad: € 160.

2. Meerdere vergaderingen of zittingen op één dag worden als één vergadering gezien.

D

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6 Vergoeding griffier raad van discipline

De griffier van de raad van discipline ontvangt de navolgende vergoeding, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, voor de volgende werkzaamheden:

a. beslissing van de raad: € 824;

b. voorzittersbeslissing: € 517;

c. beslissing op verzet: € 437;

d. zaak ingetrokken voor de zitting: € 415;

e. zaak ingetrokken ter zitting: € 577;

f. zaak ingetrokken na zitting: € 824;

g. extra zitting: € 166;

h. verwijzingsbeslissing: € 103.

Artikel 6 Vergoeding griffier raad van discipline

1. De griffier van de raad van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

2. De algemene raad delegeert de vaststelling van de vergoeding aan het bestuur van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

E

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7 Vergoeding griffier hof van discipline

De griffier van het hof van discipline ontvangt de navolgende vergoeding, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, voor de volgende werkzaamheden:

a. beslissing van het hof: € 646;

b. voorzittersbeslissing: € 517;

c. beslissing op verzet: € 318;

d. verwijzingsbeslissing: € 98

e. tweede behandeling: € 323;

f. schrijven inhoudelijke concepten van de zitting: € 746;

Artikel 7 Vergoeding griffier hof van discipline

1. De griffier van het hof van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

2. De algemene raad delegeert de vaststelling van de vergoeding aan het bestuur van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

F

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8 Reiskostenvergoeding

1. Ter zake van de reiskosten in het binnenland worden ten hoogste vergoed:

a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas;

b. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, alsmede de parkeerkosten;

c. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens het verblijf.

2. Ter zake van de reiskosten in het buitenland worden ten hoogste vergoed:

a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas met toeslag voor internationale treinen en slaapwagens;

b. indien per vliegtuig wordt gereisd: de kosten van een vliegticket toeristenklasse, tenzij de algemene raad van oordeel is dat, het doel van de reis en de overige omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, de kosten van reizen in een andere klasse behoren te worden vergoed, alsmede de kosten van het parkeren op luchthavens;

c. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, met dien verstande dat voor reizen van meer dan 700 kilometer slechts de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed;

d. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens verblijf.

Artikel 8 Reiskostenvergoeding

1. Ter zake van de reiskosten in het binnenland worden ten hoogste vergoed:

a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas;

b. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, alsmede de parkeerkosten;

c. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens het verblijf.

2. Ter zake van de reiskosten in het buitenland worden ten hoogste vergoed:

a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas met toeslag voor internationale treinen en slaapwagens;

b. indien per vliegtuig wordt gereisd: de kosten van een vliegticket (premium) economy class, tenzij de algemene raad van oordeel is dat, het doel van de reis en de overige omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, de kosten van reizen in een andere klasse behoren te worden vergoed, alsmede de kosten van het parkeren op luchthavens;

c. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, met dien verstande dat voor reizen van meer dan 700 kilometer slechts de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed;

d. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens verblijf.

G

Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 12 Formulier goedkeuring stage

De algemene raad stelt vast als het formulier, bedoeld in artikel 3.5 van de Verordening op de advocatuur:

a. voor de stagiaire-ondernemer: het Formulier goedkeuring stage voor stagiaire-ondernemer, bedoeld in bijlage 1a van deze regeling;

b. voor de buitenstagiaire: het Formulier goedkeuring buitenstage, bedoeld in bijlage 1b van deze regeling;

c. voor de stagiaire in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen e, f, en g: het Formulier goedkeuring stage in dienst, bedoeld in bijlage 1c van deze regeling;

d. voor andere stagiaires: het Formulier goedkeuring stage, bedoeld in bijlage 1d van deze regeling;

e. voor de wijziging van patroon: het Formulier wijziging patroon, bedoeld in bijlage 1e van deze regeling

Artikel 12 Formulier goedkeuring stage

De algemene raad stelt vast als het formulier, bedoeld in artikel 3.5 van de Verordening op de advocatuur:

a. voor de stagiaire-ondernemer: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer, bedoeld in bijlage 1a van deze regeling;

b. voor de buitenstagiaire: het Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon, bedoeld in bijlage 1b van deze regeling;

c. voor de stagiaire in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen e, f, en g: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’, bedoeld in bijlage 1c van deze regeling;

d. voor andere stagiaires: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon, bedoeld in bijlage 1d van deze regeling;

e. voor de wijziging van patroon: het Formulier verzoek tot wijziging patroon, bedoeld in bijlage 1e van deze regeling.

H

De bijlagen worden gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Bijlagen

Bijlage 1: Formulieren goedkeuring stage

Bijlage 1a: Formulier goedkeuring stage voor stagiaire-ondernemer

Bijlage 1b: Formulier goedkeuring buitenstage

Bijlage 1c: Formulier goedkeuring stage in dienst

Bijlage 1d: Formulier goedkeuring stage

Bijlage 1e: Formulier wijziging patroon

Bijlage 2: Accreditatiekader beroepsleiding advocaten

Bijlage 3: Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen

Bijlage 4: Model professioneel statuut

Bijlage 5: Modelstatuten stichting derdengelden

Bijlage 6: Modelovereenkomst stichting derdengelden

Bijlage 7: Modelovereenkomst vrijwaring door de Staat beroepsaansprakelijkheid

Bijlagen

Bijlage 1: Formulieren goedkeuring stage

Bijlage 1a: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer

Bijlage 1b: Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon

Bijlage 1c: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’

Bijlage 1d: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon

Bijlage 1e: Formulier verzoek tot wijziging patroon

Bijlage 2: Accreditatiekader beroepsleiding advocaten

Bijlage 3: Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen

Bijlage 4: Model professioneel statuut

Bijlage 5: Modelstatuten stichting derdengelden

Bijlage 6: Modelovereenkomst stichting derdengelden

Bijlage 7: Modelovereenkomst vrijwaring door de Staat beroepsaansprakelijkheid

I

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14 Opleidingspuntwaardige activiteiten

1. De advocaat kan een opleidingspunt als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Verordening behalen door:

a. het schrijven van juridische adviezen voor een adviescommissie van de Nederlandse orde van advocaten, met ten hoogste een punt per advies;

b. het verrichten van werkzaamheden in een zaak als rechter-plaatsvervanger, arbiter of lid van de raad van discipline of het hof van discipline, met ten hoogste een punt per zaak en vier punten per jaar;

c. deelname aan vormen van gestructureerde feedback, zoals intervisie, gedurende een uur indien aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, is voldaan;

d. aantoonbaar op vergelijkbare wijze de professionele kennis en kunde te onderhouden.

2. Voor gestructureerde feedback, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, in de vorm van intervisie kunnen ten hoogste vier opleidingspunten per dag behaald worden.

Artikel 14 Opleidingspuntwaardige activiteiten

1. De advocaat kan een opleidingspunt als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Verordening behalen door:

a. het schrijven van juridische adviezen voor een adviescommissie van de Nederlandse orde van advocaten, met ten hoogste een punt per advies;

b. het verrichten van werkzaamheden in een zaak als rechter-plaatsvervanger, arbiter of lid van de raad van discipline of het hof van discipline, met ten hoogste een punt per zaak in het jaar dat de zaak is beëindigd en ten hoogste vier punten per jaar;

c. deelname aan vormen van gestructureerde feedback, gedurende een uur, met ten hoogste vier punten per dag, indien aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, is voldaan;

d. deelname aan jurisprudentiebijeenkomsten, met ten hoogste vier punten per jaar;

e. aantoonbaar op vergelijkbare wijze de professionele kennis en kunde te onderhouden.

2. Voor gestructureerde feedback, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, in de vorm van intervisie kunnen punten behaald worden, indien:

a. deze plaatsvindt in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien personen;

b. de deelnemers één of meer dilemma’s inbrengen;

c. de deelnemers de regels vaststellen voor de geheimhouding van hetgeen tijdens intervisie wordt besproken;

d. de intervisie plaatsvindt onder begeleiding van een gespreksleider;

e. de gespreksleider een cursus heeft gevolgd op het gebied van gespreksleiding voor intervisie bestaande uit minimaal twee dagdelen en een terugkombijeenkomst; en

f. de gespreksleider en de deelnemers een bewijs van deelname kunnen overleggen.

J

Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15 Niet opleidingspuntwaardige activiteiten

Geen opleidingspunten, bedoeld in artikel 4.4, van de Verordening, juncto het eerste lid, onderdeel d, worden behaald door:

a. het lidmaatschap van een van de organen van de Nederlandse orde van advocaten of de orde in het arrondissement;

b. het volgen van de beroepsopleiding advocaten;

c. deelname aan lokale activiteiten, bedoeld in artikel 3.10 van de Verordening, die uitsluitend in het kader van de stage worden georganiseerd.

Artikel 15 Niet opleidingspuntwaardige activiteiten

Geen opleidingspunten, bedoeld in artikel 4.4, van de Verordening, juncto het vierde lid, onderdeel d, worden behaald door:

a. het lidmaatschap van een van de organen van de Nederlandse orde van advocaten of de orde in het arrondissement;

b. het volgen van de beroepsopleiding advocaten;

c. deelname aan lokale activiteiten, bedoeld in artikel 3.10 van de Verordening, die uitsluitend in het kader van de stage worden georganiseerd.

K

Bijlage 4: Model professioneel statuut wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Bijlage 4: Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking

Behorend bij artikel 26 van de Regeling op de advocatuur

Bijlage 4: Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking

Behorend bij artikel 25 van de Regeling op de advocatuur

L

Bijlage 5: Modelstatuten stichting derdengelden wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8

8.1 Het boekjaar van de stichting / is gelijk aan het kalenderjaar / loopt van .......... van enig jaar tot en met .......... van het jaar daaropvolgend /.

8.2 Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

8.3 De stichting zal er voor zorg dragen dat de bedragen die door de stichting worden betaald of overgedragen aan een rechthebbende of degene die rechthebbende zal blijken te zijn, zodanig geadministreerd worden, dat duidelijk blijkt:

a. het ontvangen bedrag;

b. de datum en wijze van ontvangst;

c. de datum van overmaking;

d. de begunstigde;

e. de naam van de behandelend Advocaat.

8.4 Het bestuur is indien de Deken zulks schriftelijk verlangt verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een balans en een staat van de baten en lasten van de stichting op te maken.

8.5 Het bestuur is verplicht een Accountant te benoemen teneinde de in het vorige lid bedoelde balans en staat van baten en lasten te controleren, tenzij en voor zolang de Deken de stichting van deze verplichting ontheffing verleent, aan welke ontheffing de Deken voorwaarden kan verbinden.

8.6 Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zeven jaren lang te bewaren.

8.7 De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Artikel 8

8.1 Het boekjaar van de stichting / is gelijk aan het kalenderjaar / loopt van .......... van enig jaar tot en met .......... van het jaar daaropvolgend.

8.2 Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

8.3 De stichting zal er voor zorg dragen dat de bedragen die door de stichting worden betaald of overgedragen aan een rechthebbende of degene die rechthebbende zal blijken te zijn, zodanig geadministreerd worden, dat duidelijk blijkt:

a. het ontvangen bedrag;

b. de datum en wijze van ontvangst;

c. de datum van overmaking;

d. de begunstigde;

e. de naam van de behandelend Advocaat.

8.4 Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een balans en een staat van de baten en lasten van de stichting op te maken.

8.5 Het bestuur is verplicht een Accountant te benoemen teneinde de in het vorige lid bedoelde balans en staat van baten en lasten te controleren, waaronder wordt verstaan het verlenen van een opdracht tot controle, beoordeling of samenstelling van de jaarrekening, tenzij en voor zolang de Deken de stichting van deze verplichting ontheffing verleent, aan welke ontheffing de Deken voorwaarden kan verbinden.

8.6 Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zeven jaren lang te bewaren.

8.7 De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

M

Bijlage 5: Modelstatuten stichting derdengelden; aanvulling op bijlage, wordt gewijzigd als volgt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Aanvulling op bijlage: Model Statuten bijzondere stichtingen derdengelden

1. Statuten stichting beheer derdengelden voor leden van het Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen. Het NGB heeft ten behoeve van haar advocaat-leden een verzamelstichting opgericht. Advocaatleden van het NGB kunnen als bestuurder van deze stichting optreden.

2. Statuten stichting beheer derdengelden advocaten in dienst van de Staat. Voor advocaten in dienst van de Staat wordt een verzamelstichting opgericht.

3. Statuten verzamelstichting derdengelden raden van toezicht. De plaatselijke raden van toezicht kunnen deze stichtingen oprichten voor die advocaten die niet beschikken over een (substantiële) derdengeldstroom en hebben aangetoond dat voldoende inspanning is betracht om zich bij een andere stichting aan te sluiten. Er zijn twee groepen bestuursleden. Een aantal leden wordt benoemd door de raad van toezicht (bestuursleden A). Daarnaast benoemt het bestuur uit elk aangesloten kantoor een bestuurslid (bestuursleden B).

4. Statuten landelijke stichting derdengelden. De landelijke Orde heeft ten behoeve van advocaten in dienst van de landelijke of plaatselijke raden van toezicht een landelijke stichting derdengelden opgericht. In de regel zal deze groep geen praktijk uitoefenen en niet beschikken over een (substantiële) derdengeldstroom. Het bestuur van deze Stichting wordt gevormd door advocaten die gebruik maken van deze Stichting.

Aanvulling op bijlage: Model Statuten bijzondere stichtingen derdengelden

1. Statuten stichting beheer derdengelden voor leden van het Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen: Het NGB heeft ten behoeve van haar advocaat-leden een verzamelstichting opgericht. Advocaatleden van het NGB kunnen als bestuurder van deze stichting optreden.

2. Statuten stichting beheer derdengelden advocaten in dienst van de Staat: Voor advocaten in dienst van de Staat wordt een verzamelstichting opgericht.

3. Statuten verzamelstichting derdengelden raden van de orde. De raden van de orde in het arrondissement kunnen deze stichtingen oprichten voor die advocaten die niet beschikken over een (substantiële) derdengeldstroom en hebben aangetoond dat voldoende inspanning is betracht om zich bij een andere stichting aan te sluiten. Er zijn twee groepen bestuursleden. Een aantal leden wordt benoemd door de raad van de orde (bestuursleden A). Daarnaast benoemt het bestuur uit elk aangesloten kantoor een bestuurslid (bestuursleden B).

4. Statuten landelijke stichting derdengelden. De Nederlandse orde van advocaten heeft ten behoeve van advocaten in dienst van de Nederlandse orde van advocaten of orde van advocaten in het arrondissement een landelijke stichting derdengelden opgericht. In de regel zal deze groep geen praktijk uitoefenen en niet beschikken over een (substantiële) derdengeldstroom. Het bestuur van deze Stichting wordt gevormd door advocaten die gebruik maken van deze Stichting.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

ARTIKEL III

Deze regeling wordt aangehaald als: Veegregeling 2015.