Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020

AfdrukkenOpslaan als PDF

Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten;

 

gelet op de artikelen 4, vijfde lid, 9b, zesde lid, 9c, tweede lid, en 28, tweede lid, onderdelen a en e, van de Advocatenwet;

gezien het voorstel van de algemene raad;

gezien het advies van de raad van advies;

gezien het advies van de adviescommissie regelgeving;

 

stelt de navolgende verordening vast:

 

ARTIKEL I

 

De Verordening op de advocatuur wordt als volgt gewijzigd:

A

 

In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:

 

basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;

 

onderwijsaanbieders: de aanbieder, bedoeld in artikel 3.23, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;

 

B

 

Na artikel 2.19 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.1.5a Adviescommissie beroepsopleiding advocaten

 

Artikel 2.19a Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten

1. Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten.

2. Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten.

 

Artikel 2.19b Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten

De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over:

a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten;

b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen.

 

Artikel 2.19c Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten

1. De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar.

2. Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat in ieder geval:

a. ten minste drie leden advocaat zijn;

b. ten minste drie leden afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs;

c. één lid afkomstig is per organisatie, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25;

d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht.

3. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.

 

Artikel 2.19d Werkwijze adviescommissie beroepsopleiding advocaten

1. De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.

2. De adviescommissie beroepsopleiding advocaten stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.

 

C

 

Artikel 2.25, eerste lid, komt te luiden:

 

1. De algemene raad voorziet in het secretariaat van:

a. het dekenberaad;

b. de commissie cassatie;

c. de adviescommissie regelgeving;

d. de adviescommissie beroepsopleiding advocaten.

 

D

 

Artikel 2.28 komt te luiden:

 

Artikel 2.28 Cursus- en examengeld beroepsopleiding advocaten

1. De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in artikel 3.19, eerste lid, genoemde examen, cursus- en examengeld in rekening voor het voorportaal, met uitzondering van de basistest, en de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b. De aanbieder, bedoeld in artikel 3.23, brengt aan de stagiaire, bedoeld in de eerste volzin, het verschuldigde bedrag voor de basistest in rekening. De factuur kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire.

2. De hoogte van het cursus- en examengeld onderscheidenlijk het verschuldigde bedrag voor de basistest wordt vastgesteld door de algemene raad.

 

E

 

Artikel 2.31, eerste lid, komt te luiden:

 

1. De algemene raad kent vacatiegeld en een reiskostenvergoeding toe aan:

a. de leden van een raad van discipline en het hof van discipline die tevens advocaat zijn;

b. de leden en plaatsvervangende leden van het college van afgevaardigden en de leden van het college van afgevaardigden die zijn benoemd in de financiële commissie, bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Advocatenwet;

c. de leden van de raad van advies en de adviescommissie civiele cassatie;

d. de leden van de redactie van het Advocatenblad die tevens advocaat zijn;

e. de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten.

 

F

 

Artikel 3.5 komt te luiden:

 

Artikel 3.5 Goedkeuring stage en patroon

1. De raad van de orde is belast met de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon.

2. De stagiaire dient het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon in, door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier. Het formulier wordt medeondertekend door de beoogd patroon. De algemene raad stelt nadere regels met betrekking tot de bij het verzoek te verstrekken gegevens.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek van de stagiaire om wijziging van de patroon.

 

G

 

Na artikel 3.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 3.5a Cursus voor patroons

1. Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, een cursus voor patroons gevolgd.

2. Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en:

a. dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en

b. de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld.

3. In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd.

4. De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid.

 

H

 

Artikel 3.6 komt te luiden:

 

Artikel 3.6 Beoordeling aanvraag goedkeuring

1. De raad van de orde kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, onthouden indien:

a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;

b. over de beoogd patroon tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem of zijn kantoor onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken;

c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;

d. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer;

e. de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;

f. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;

g. op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.

2. Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vier jaar.

3. De raad van de orde onthoudt de goedkeuring in ieder geval:

a. indien de beoogd patroon geen cursus als bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, heeft gevolgd;

b. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;

c. in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest.

4. Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, vier jaar.

5. De algemene raad kan een beleidsregel vaststellen omtrent het eerste lid.

 

I

 

Artikel 3.8 komt te luiden:

 

Artikel 3.8 Verplichtingen stagiaire

1. De stagiaire verschaft de patroon de informatie die deze nodig heeft om te voldoen aan de verplichtingen, genoemd in artikel 3.13.

2. De stagiaire informeert de raad van de orde indien de stage tussentijds is geëindigd of van rechtswege is opgeschort, met uitzondering van de situaties, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, en artikel 3.13, zesde lid.

3. De stagiaire verricht de hem door de patroon of werkgever opgedragen werkzaamheden, met dien verstande dat de nakoming van de verplichtingen, genoemd in artikel 3.13, tweede lid, voorrang heeft. Hij verleent zijn medewerking aan de naleving van artikel 3.13, negende lid, door zijn patroon.

 

J

 

Artikel 3.9 komt te luiden:

 

Artikel 3.9 Praktijkervaring stagiaire

De stagiaire is aan het eind van de stage in staat zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft gedurende de stage ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:

a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één mondelinge behandeling bijgewoond;

b. hij heeft tien stukken, waaronder ten minste zeven processtukken, vervaardigd;

c. hij heeft op twee van de drie rechtsgebieden burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, bestuursrecht en bestuursprocesrecht of strafrecht en strafprocesrecht ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere sub-rechtsgebieden binnen een van deze rechtsgebieden.

 

Ja

 

Aan artikel 3.13 wordt een lid toegevoegd, luidende:

 

9. De patroon draagt er zorg voor dat de stagiaire ten minste drie keer een optreden in rechte van een advocaat in een procedure op tegenspraak bijwoont. De advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ten minste een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat ingeschreven of ingeschreven geweest. Indien de advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet, bedraagt de periode, bedoeld in de tweede volzin, twee jaar.

 

K

 

Artikel 3.14 komt te luiden:

 

Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten

1. De beroepsopleiding advocaten omvat:

a. een voorportaal, bestaand uit een basistest en eventueel studiebegeleiding;

b. onderwijsonderdelen, bestaande uit:

1°. ethiek;

2°. algemene vaardigheden;

3°. kantoorspecifieke vaardigheden;

4°. juridisch-inhoudelijke kennis;

5°. voorbereiding integratieve dagen; en

. integratieve dagen.

2. Een negatieve uitkomst van de basistest in het voorportaal vormt geen belemmering voor het volgen van de onderwijsonderdelen van de beroepsopleiding advocaten.

3. De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.

 

L

 

Artikel 3.15 komt te luiden:

 

Artikel 3.15 Curriculum en opleidingsreglement

1. De algemene raad stelt het curriculum vast. Het curriculum bevat:

a. de inhoud van de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b;

b. nadere regels over de onderwijsonderdelen en de omvang ervan;

c. de eindtermen;

d. nadere invulling van de onderdelen van het examen.

2. De algemene raad stelt een opleidingsreglement vast met de procedures en rechten en plichten met betrekking tot de beroepsopleiding advocaten.

3. In het opleidingsreglement kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden betreffende het onderwijs worden toegekend aan onderwijsaanbieders.

 

M

 

Na artikel 3.15 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 3.15a Examenreglement

1. De algemene raad stelt een examenreglement vast over:

a. de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in artikel 3.19;

b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;

c. de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen;

d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;

e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een schriftelijk onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;

f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van de basistest of examen;

g. de geldigheidsduur van de studieresultaten;

h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.

2. De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.

3. De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.

 

N

 

Artikel 3.16, eerste lid, komt te luiden:

 

1. Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten. Indien een stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, legt hij bij de inschrijving, doch uiterlijk voor aanvang van de beroepsopleiding hiervan een bewijsstuk over. Het bewijsstuk dient bij aanvang van de beroepsopleiding advocaten niet ouder te zijn dan één jaar.

2. Een stagiaire is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten en wordt in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang:

a. hij is ingeschreven op het tableau;

b. de stage voortduurt;

c. het cursus- en examengeld binnen de betalingstermijn is voldaan; en

d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft beëindigd wegens fraude.

3. Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen.

4. De algemene raad stelt nadere regels vast omtrent het bewijsstuk, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.

5.De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

O

 

Artikel 3.17 komt te luiden:

 

Artikel 3.17 Deelname onderwijs

1. De stagiaire neemt deel aan alle in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten.

2. In afwijking van het eerste lid neemt de stagiaire, bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, tweede volzin, deel aan het in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde onderdeel van de beroepsopleiding.

3. De stagiaire neemt deel aan de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden.

4. De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, wordt geacht de aangeboden toetsen niet te hebben behaald.

5. De algemene raad kan van het derde en vierde lid afwijken indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

P

 

Artikel 3.18 komt te luiden:

 

Artikel 3.18 Vrijstelling deelname onderwijsonderdelen

1. De algemene raad kan op schriftelijk verzoek van de stagiaire geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting tot het deelnemen aan onderwijsonderdelen. Deze vrijstelling houdt geen vrijstelling in van de verplichting om alle toetsen, en de daartoe voorgeschreven voorbereiding, van het in artikel 3.19 bedoelde examen af te leggen.

2. Vrijstelling wordt verleend indien de stagiaire genoegzaam aantoont op grond van opleiding en praktijkervaring op het onderwijsonderdeel waarvoor vrijstelling wordt verzocht een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid te hebben verworven.

3. De algemene raad wint advies in van de examencommissie, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft.

4. De algemene raad kan aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden verbinden.

 

Q

 

Artikel 3.19 komt te luiden:

 

Artikel 3.19 Examinering

1. Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen. De basistest is geen toets als bedoeld in de eerste volzin.

2. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel.

3. Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden.

4. De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen.

5. Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.

6. Indien vrijstelling van onderwijs als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, is verleend, neemt de stagiaire deel aan de eerste toetsgelegenheid nadat de vrijstelling is verleend.

7. De algemene raad kan afwijken van het derde tot en met zesde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

R

 

Artikel 3.20 komt te luiden:

 

Artikel 3.20 Vrijstelling van het examen

1. De algemene raad kan op schriftelijk verzoek van de stagiaire gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de in artikel 3.19, tweede lid, bedoelde verplichting om in alle onderdelen van het examen een toets af te leggen.

2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, houdt tevens in een vrijstelling van de verplichting tot het deelnemen aan het onderwijs in het betreffende onderwijsonderdeel van de beroepsopleiding advocaten.

3. De algemene raad wint advies in van de examencommissie, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft.

4. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid.

 

S

 

Artikel 3.21 komt te luiden:

 

Artikel 3.21 Certificaat

1. De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten.

2. De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat:

a. de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd; en

b. de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan.

 

T

 

Artikel 3.22, eerste lid, komt te luiden:

 

1. De algemene raad kan een stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, desgevraagd, binnen twee jaar na de schrapping, nog ten hoogste tweemaal toelaten tot een toets in de nog niet behaalde examenonderdelen voor de onderwijsonderdelen, tenzij daardoor het aantal gelegenheden, bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, wordt overschreden.

 

U

 

Na artikel 3.22 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

 

Afdeling 3.2a Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten

 

Artikel 3.22a

De algemene raad stelt een kwaliteits- en accreditatiekader vast voor de onderwijsaanbieders die de beroepsopleiding advocaten of onderdelen daarvan verzorgen. Het kwaliteits- en accreditatiekader omvat regels over:

a. de beoordeling van bestaande onderwijsaanbieders;

b. de accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders;

c. beoordelingsstandaarden.

 

V

 

De artikelen 3.23 en 3.24 komen te luiden:

 

Artikel 3.23 Aanbieder basistest

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een aanbieder over de uitvoering van de basistest.

 

Artikel 3.24 Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met uitzondering van de basistest.

 

W

 

Artikel 3.25 komt te luiden:

 

Artikel 3.25 Accreditatie beroepsopleiding advocaten

1. Een opleidingsinstelling die de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad.

2. De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van een beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.22a.

3. De algemene raad verleent de accreditatie indien:

a. de opleiding de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, omvat;

b. de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan het door de algemene raad vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader, bedoeld in artikel 3.22a; en

c. de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd.

4. Accreditatie wordt voor ten hoogste zes jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste zes jaar worden verlengd.

5. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de accreditatie.

6. De algemene raad kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure omtrent het verlenen en verlengen van de accreditatie.

7. De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de bij of krachtens het derde en vijfde lid gestelde regels, dan wel de opleidingsinstelling of de inhoud van de opleiding anderszins niet voldoen.

 

X

 

Artikel 8.2 komt te luiden:

 

Artikel 8.2 Uitsluiten toepassing lex silencio positivo

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de volgende beschikkingen:

a. de verklaring dat de stage is voltooid, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid;

b. de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid;

c. de vrijstelling van onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.18;

d. de vrijstelling van het examen, bedoeld in artikel 3.20;

e. de accreditatie van een opleiding, bedoeld in artikel 3.25;

f. de vrijstelling van de opleidingspunten bij civiele cassatie, bedoeld in artikel 4.11, derde lid.

 

Y

 

Na artikel 9.2 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

 

Artikel 9.2a Overgangsrecht beroepsopleiding advocaten 2020

1. Op een stagiaire die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven, en op zijn patroon blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.28, 3.8 en 3.9 en afdeling 3.2, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.

2. In afwijking van het eerste lid kan de algemene raad de stagiaire, bedoeld in het eerste lid, die op 1 september 2023 niet in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten, alternatieve maatregelen aanbieden ter afronding van de beroepsopleiding.

3. Onverminderd artikel 9.1, vierde en vijfde lid, kan de algemene raad een stagiaire op zijn verzoek toelaten tot de beroepsopleiding op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, indien hij:
a. met onderbreking staat ingeschreven op het tableau; en

b. met de beroepsopleiding, op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, was begonnen.

4. Onverminderd artikel 9.1, eerste lid, blijft op een stagiaire die in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten op grond van de beroepsopleiding advocaten, zoals deze gold tot 1 oktober 2020, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.2, 3.8 en 3.9, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.

 

Artikel 9.2b Overgangsrecht geaccrediteerde opleidingsinstelling

Op een geaccrediteerde opleidingsinstelling die vóór 1 oktober 2020 de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid onderdelen b en c, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, mag aanbieden, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 3.25, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, van toepassing voor de resterende duur van de accreditatie.

 

ARTIKEL II

 

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

 

ARTIKEL III

 

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020.

 

 

Deze verordening zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.