Wijzigingsverordening kwaliteitsbevorderende maatregelen

AfdrukkenOpslaan als PDF

Wijzigingsverordening kwaliteitsbevorderende maatregelen

Besluit van het college van afgevaardigden van 13 december 2018 houdende wijziging van de Verordening op de advocatuur en van de Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen in verband met de registratie van de advocaat op het rechtsgebiedenregister (Wijzigingsverordening kwaliteitsbevorderende maatregelen)

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten,

gelet op artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel g, en 28, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Advocatenwet;

gezien het advies van de raad van advies;

gezien het advies van de adviescommissie regelgeving;

stelt de navolgende verordening vast:

ARTIKEL I

De Verordening op de advocatuur wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 4.4 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Indien dit hoofdstuk in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, naar rato verminderd.

3. Een en advocaat die tenminste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

4. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

– het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

– de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

– het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft, en

– indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

5. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

6. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken.

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daaropvolgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in artikel 6.32.

3. Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.

4. Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

5. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

– het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

– de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

– het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en

– indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

6. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

7. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.

B

Na Artikel 6.30 Klachtregistratie wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling 6.9 Registratie rechtsgebieden

Artikel 6.31 Reikwijdte
  • 1.Deze afdeling is van toepassing op de advocaat die al dan niet onderbroken drie jaar of langer op het tableau is ingeschreven.

  • 2.Deze afdeling is van toepassing op de advocaat die is ingeschreven op grond van artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 6.32 Registratie rechtsgebiedenregister
  • 1.Een advocaat registreert zich op het tableau op ten minste één en ten hoogste vier rechtsgebieden waarop hij tien opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, heeft behaald, aan de hand van een lijst van rechtsgebieden, bedoeld in het vijfde lid.

  • 2.Een advocaat die in het voorafgaande kalenderjaar op een desbetreffend geregistreerd rechtsgebied tien opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, heeft behaald, maakt openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend dat hij staat geregistreerd op een wijze overeenkomstig het model, bedoeld in het vierde lid.

  • 3.De advocaat actualiseert zijn registratie op het tableau en zijn openbare bekendmaking als bedoeld in het tweede lid onverwijld bij wijzigingen.

  • 4.De algemene raad stelt een model vast voor het openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend maken van de registratie.

  • 5.De algemene raad stelt een lijst van rechtsgebieden vast, waarop in ieder geval staat ‘algemene praktijk’.

  • 6.De algemene raad stelt nadere regels over de wijze waarop de registratie op het tableau plaatsvindt en het openbaar en publiekelijk toegankelijk maken van de registratie.

C

Artikel 7.4 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.4 Informatieverstrekking

1. De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkuitoefening en omtrent enige vorm van samenwerking.

2. De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de artikelen 6:230b tot en met 6:230e van het Burgerlijk Wetboek, openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend:

a. met welke persoon, welk samenwerkingsverband of welke rechtspersoon de cliënt de overeenkomst van opdracht zal sluiten;

b. of onder een gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, zo ja, met wie, en of sprake is van een samenwerkingsverband, zo ja, welke rechtsvorm dit samenwerkingsverband heeft;

c. de wijze waarop in beginsel de vervanging of waarneming is geregeld, tenzij deze binnen het kantoor of door een lid van het samenwerkingsverband wordt uitgeoefend;

d. of de advocaat individueel of gezamenlijk met anderen voor beroepsaansprakelijkheid is verzekerd;

e. de kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, eerste lid;

f. dat hij, indien van toepassing, geen derdengelden kan ontvangen omdat hij geen stichting derdengelden ter beschikking heeft.

Artikel 7.4 Informatieverstrekking

1. De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkuitoefening en omtrent enige vorm van samenwerking.

2. De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de artikelen 6:230b tot en met 6:230e van het Burgerlijk Wetboek, openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend:

a. met welke persoon, welk samenwerkingsverband of welke rechtspersoon de cliënt de overeenkomst van opdracht zal sluiten;

b. of onder een gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, zo ja, met wie, en of sprake is van een samenwerkingsverband, zo ja, welke rechtsvorm dit samenwerkingsverband heeft;

c. de wijze waarop in beginsel de vervanging of waarneming is geregeld, tenzij deze binnen het kantoor of door een lid van het samenwerkingsverband wordt uitgeoefend;

d. of de advocaat individueel of gezamenlijk met anderen voor beroepsaansprakelijkheid is verzekerd;

e. de kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, eerste lid;

f. dat hij, indien van toepassing, geen derdengelden kan ontvangen omdat hij geen stichting derdengelden ter beschikking heeft;

g. welke rechtsgebieden de advocaat heeft geregistreerd als bedoeld in artikel 6.32 tweede lid.

ARTIKEL II

Onderdeel C van de Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 4.4 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Onverminderd het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich gaat registeren als bedoeld in artikel 6.32.

3. Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.

4. Een advocaat die tenminste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

5. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

- het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

- de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

- het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en

- indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

6. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

7. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken en vermeldt, voor zover van toepassing, de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daarop volgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in artikel 6.32.

3. Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.

4. Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

5. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

- het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

- de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

- het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en

- indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. ieder heel uur dat hij heeft deelgenomen aan kwaliteitstoetsen in de vorm van:

i. intervisie met ten hoogste vier punten per jaar;

ii. peer review met ten hoogste vier punten per jaar;

e. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

6. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

7. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.

ARTIKEL III

Met ingang van 1 januari 2019 treden achtereenvolgens in werking:

  • a.Artikel I van deze verordening.

  • b.Artikel II van deze verordening terstond na de inwerkingtreding van artikel I.

ARTIKEL IV

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening kwaliteitsbevorderende maatregelen.