Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen 2020

AfdrukkenOpslaan als PDF

Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen 2020

Besluit van het college van afgevaardigden van 1 juli 2020 houdende de wijziging van de Verordening op de advocatuur in verband met kwaliteitstoetsen (Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen 2020)

 

 

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten,

 

gelet op artikel 26, vijfde lid, en artikel 28, tweede lid, onderdeel a van de Advocatenwet;

 

gezien het voorstel van de algemene raad;

 

gezien het advies van de raad van advies;

 

gezien het advies van de adviescommissie regelgeving;

 

stelt de navolgende bepalingen vast:

 

ARTIKEL I

 

De Verordening op de advocatuur wordt gewijzigd als volgt:

 

A

 

Artikel 4.2 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.2 Reikwijdte

1. Deze paragraaf is van toepassing op de advocaat die al dan niet onderbroken drie jaar of langer op het tableau is ingeschreven. In afwijking van de eerste volzin is artikel 4.4, tweede lid, van toepassing op de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven.

2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf van toepassing op een advocaat die is ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties of op grond van artikel 16h van de Advocatenwet is ingeschreven.

Artikel 4.2 Reikwijdte

1. Deze paragraaf is van toepassing op de advocaat die al dan niet onderbroken drie jaar of langer op het tableau is ingeschreven. In afwijking van de eerste volzin is artikel 4.3a, eerste lid en artikel 4.4, tweede lid, van toepassing op de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven.

2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf van toepassing op een advocaat die is ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties of op grond van artikel 16h van de Advocatenwet is ingeschreven.

 

B

 

Artikel 4.3a wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.3a Kwaliteitstoetsen

1. Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door:

a. intervisie onder begeleiding van een gespreksleider die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag; of

b. peer review door een reviewer die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste vier uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.

2. De algemene raad stelt nadere regels over:

a. de vereisten aan intervisie en peer review; en

b. de vereisten aan gespreksleiders en reviewers.

Artikel 4.3a Kwaliteitstoetsen

1. Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar, en voor het eerst het kalenderjaar volgend op de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau, deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door:

a. intervisie onder begeleiding van een gespreksleider die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag; of

b. peer review door een reviewer die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste vier uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.

2. De algemene raad stelt nadere regels over:

a. de vereisten aan intervisie en peer review; en

b. de vereisten aan de aanwijzing, de intrekking van de aanwijzing en de registratie van gespreksleiders en reviewers.

 

C

 

Artikel 4.4 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daaropvolgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in artikel 6.32.

3. Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.

4. Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

5. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

– het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

– de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

– het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en

– indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. ieder heel uur dat hij heeft deelgenomen aan kwaliteitstoetsen in de vorm van:

i. intervisie met ten hoogste vier punten per jaar;

ii. peer review met ten hoogste vier punten per jaar;

e. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

6. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

7. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.

Artikel 4.4 Opleidingspunten

1. Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daaropvolgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in artikel 6.32.

3. Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.

4. Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald. Een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het tweede lid kan uitsluitend worden gecompenseerd met opleidingspunten op hetzelfde rechtsgebied.

5. Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:

a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:

– het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;

– de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;

– het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en

– indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;

b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;

c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;

d. ieder heel uur dat hij heeft deelgenomen aan kwaliteitstoetsen in de vorm van:

i. intervisie met ten hoogste vier punten per jaar;

ii. peer review met ten hoogste vier punten per jaar;

e. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.

6. De algemene raad stelt regels:

a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;

b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.

7. Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.

 

ARTIKEL II

 

Artikel I, onderdeel A van de Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:

basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;

onderwijsaanbieders: de aanbieder, bedoeld in artikel 3.23, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;

In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:

basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;

onderwijsaanbieders: de aanbieder, bedoeld in artikel 3.24, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;

 

ARTIKEL III

 

Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 juli 2020.

 

ARTIKEL IV

 

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening kwaliteitstoetsen 2020.